Browsing articles in "Articles"
May 28, 2008
Folkert

Wat SOA kan leren van Web 2.0

Je hoort het steeds vaker; SOA (Service Oriented Architecture). Veelal binnen grote, complexe organisaties. Dit is op zich niet zo verwonderlijk: grote organisaties hebben door de jaren heen veel geïnvesteerd in hun ICT-huishouding (denk aan organisaties als de Belastingdienst, de Informatiebeheer Groep, maar ook aan gemeentelijke, provinciale en landelijke overheden). Het argument van ‘sunk costs’ èn het bij voortduring aanpassen van hun systemen aan steeds veranderende marktomstandigheden, dwingen deze organisaties tot interoperabiliteit en hergebruik van hun ICT-systemen.

SOA lijkt hierop een antwoord te geven: an architectural style that supports loosely coupled services to enable business flexibility in an interoperable, technology-agnostic manner. SOA consists of a composite set of business-aligned services that support a flexible and dynamically re-configurable end-to-end business processes realisator using interface-based service descriptions (John Reynolds).

De mensen die ik spreek inzake het verloop van SOA projecten, trekken vrij snel een bedenkelijk gezicht – onbekend maakt onbemind? Onderzoek lijkt een dergelijke houding te rechtvaardigen. “It has become clear to me that SOA is not working in most organisations (…) They (software architecten, developers – FR) just can’t sell SOA to the business. They have yet to demonstrate how all this infrastructure yields any business value.” (Anne Thomas Manes)

SOA is een probleem omdat veel van de aanwezige applicaties niet zijn ontworpen en niet zijn ontwikkeld om te ‘praten’ met andere applicaties (interoperabiliteit). De complexiteit, en daarmee het afbreukrisico, heeft te maken met:

  • de migratie van applicaties naar platformen
  • het gebruik van complexe standaarden en protocollen (bijvoorbeeld SOAP)
  • interoperabiliteit en hergebruik
  • een bedrijfsbrede software architectuur die als uitgangspunt overeind dient te blijven,
  • het feit dat de samengestelde applicaties nog steeds de applicaties-in-zichzelf zijn.

Kortom, SOA gaat uit van een top-down benadering (aanwezige, expliciete of impliciete, software architectuur als uitgangspunt), waarbij veel technische hoogstandjes (registries, repositories, SOA Management, XML gateways en ESB) nodig zijn om interoperabiliteit en hergebruik te bewerkstelligen. En dat binnen de organisatorische perceptie van een discutabele accountabiliteit (wat gaat het daadwerkelijk meer opleveren dan alleen minder ontwikkelkosten)!

Zolang we tussen de afgesloten silo’s en containers blijven rondzwalken en slechts met veel moeite deuren open weten te krijgen, blijven we teleurgesteld…. hoe mooi datgene ook is dat uit die containers kan komen!

Web 2.0
SOA heeft een andere window-of-opportunity nodig. Hiervoor dienen we naar de andere kant van het spectrum te kijken; de kant van de consument, namelijk Web 2.0.

Daar waar SOA zich richt op de ‘empowerment’ van de bestaande systemen, richt Web 2.0 zich op de ‘empowerment’ van de (eind)gebruiker. Web 2.0 toepassingen hebben de volgende kenmerken:

  • Applicaties worden ontwikkeld als platformen
  • Simpele standaarden en protocollen voor uitwisseling en integratie (RSS, REST, Syndicatie, widgets en Open API’s)
  • Zonder interoperabiliteit en herbruikbaarheid is er geen applicatie.
  • Ontwikkeling van de applicatie vindt plaats middels het netwerkeffect en virale adaptatie.
  • Focus ligt op een rijke gebruikerservaring (mashups, RIA).

Web 2.0 gaat uit van een bottom-up benadering; de eindgebruiker krijgt de beschikking over allerlei mogelijkheden om het platform (de applicatie) aan eigen voorkeuren en voor eigen doelstellingen en behoeften aan te passen.

SOA buiten de muren
De principes van een servicegerichte oriëntatie zoals SOA zijn niet nieuw. Organisaties als Amazon, Google, Ebay maar ook een Twitter en Facebook, bewijzen het succes van SOA. Amazon met haar ‘cloud services’ op het gebied van dataopslag, rekencapaciteit en intelligentie. Google met haar gigantische bibliotheek aan Open API’s, data en functionaliteit. De widgets en mashups van Twitter worden meer gebruikt dan Twitter zelf. Kortom, veel succesvolle web(business)concepten zijn SOA concepten! De genoemde bedrijven exploiteren een SOA wereldwijd: Global SOA.

Openheid, interoperabiliteit en hergebruik zijn de ‘ziel’ van Web 2.0 applicaties. Deze bezieling zien organisaties ook graag in hun legacy systemen. Traditionele SOA technologieën, zoals SOAP, WSDL en XSD, zijn in veel situaties afdoende…maar voor hoelang? De beweging is richting het web. Eindgebruikers brengen al hun data en relaties naar het web. Organisaties maken in toenemende mate gebruik van SaaS (Software-as-a-Service). De exponentiele groei van Global SOA concepten, zoals ‘cloud services’, vormen op den duur een nieuwe organisationele realiteit.

SOA kan haar ogen niet sluiten voor het tempo en de omvang van deze bewegingen. Dit betekent dat er situaties zijn waarbij de oplossing niet ligt in het nog meer inbrengen van complexiteit om interoperabiliteit te bewerkstelligen, en de bestaande bedrijfsbrede software architectuur niet het meest geschikte kader vormt.

Is Web 2.0 de toekomst van SOA? Kortom, dienen we te spreken van een Web Oriented Architecture (WOA)?
Hiertoe zijn twee perspectieven van belang; een technologisch perspectief en het gebruikersperspectief.

Vanuit een technologisch perspectief zijn de belangrijkste verschillen;
– SOA hanteert relatief kleine en goed omschreven end-to-end koppelvlakken voor een grote diversiteit aan data. WOA hanteert een relatief breed scala aan open-ended koppelvlakken; een URI identified koppelvlak voor elke individuele resource (i.p.v. type resource).
– SOA gebruikt veelal SOAP als messaging laag (boven op HTTP), met als gevolg complexe, ondoorzichtige en case-specifieke problemen voor de ontwikkelaar. WOA gebruikt HTTP en hieraan gerelateerde uitwisselingsmechanismen (bijvoorbeeld REST).
– SOA hanteert een vendor georiënteerde top-down benadering waarin de applicatie centraal staat. WOA hanteert een bottom-up benadering waarbij gebruik gemaakt wordt van simpele procedurele talen en een XML-parser.
– SOA hanteert WS-Security en andere complexe veiligheidstandaarden (die niet in elke situatie nodig zijn). WOA maakt in de meeste gevallen alleen gebruik van HTTPS.
– Traditionele SOA’s hebben een slechte performance binnen de browser en binnen mashups terwijl WOA in principe overal een goede performance geeft (in de browser of bijvoorbeeld binnen een AIR applicatie).

In de meeste discussies over SOA staan de applicaties centraal. Web 2.0 adresseert niet alleen de relatie tussen applicaties onderling en data, maar ook de sociale dimensie; de relaties tussen mensen. Het adresseren van het gebruikersperspectief, analoog aan de wijze waarop dit reeds op het web plaatsvindt, kan de huidige SOA praktijk verrijken. Veel software architecten en ontwikkelaars binnen de IT-afdelingen van grote organisaties keren zich af van de discussies rondom Web 2.0, juist vanwege het dominante sociale aspect. Dit is jammer, en men doet de eigen organisatie tekort en op den duur schade! Het succes van organisaties hangt af van de mate waarin men in staat is mensen binnen en buiten de organisatie met elkaar te verbinden en te binden.

Web 2.0 heeft geleid tot een nieuwe renaissance – de ‘bevrijding van de eindgebruiker’. Veel organisaties hebben hierdoor extra inkomstenbronnen weten aan te boren en er zijn geheel nieuwe bedrijven en bedrijfstakken ontstaan.

SOA kan die impact hebben binnen organisaties. Voorwaarde is dat men naast het technologisch paradigma een sociaal paradigma hanteert. Organisaties vormen een verzameling van mensen, van door mensen ontworpen en ontwikkelde systemen, van door mensen bedachte structuren en een door mensen gedeelde en gedragen cultuur. Wij kunnen besluiten om het anders te doen!!

Apr 15, 2008
Folkert

Social Aggregation versus OpenSocial

In een vorige post gaf ik aan dat 2008 volgens velen het jaar van de Social Aggregators (zoals Friendfeed) is en dat deze ontwikkeling een bedreiging is voor het verdienmodel van veel sociale netwerken (i.v.m. de advertising). Veel sociale netwerken en social media hebben zich in de tussentijd aangesloten bij het OpenSocial initiatief van Google e.a.
Is OpenSocial een beter alternatief/strategie dan aggregatie?

Aggregatie is een soort Droste effect; ook social aggregators zelf kunnen geaggregeerd worden. Een aggregator die dit al mogelijk maakt is het New Yorkse Shyftr. Shyftr maakt het mogelijk om een discussie te starten rondom een post op een blog elders. Dit kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat Blog platformen als Techcrunch, Dutch Cowboys minder bezoekers krijgen omdat de discussie over hun posts niet op hun site plaats vindt (maar, in dit geval, op Shyftr).

In de blogsphere heeft de komst van Shyftr tot heftige discussies geleid (Feed Theft).
Ondanks dat we het over nieuwe media hebben lijken dergelijke initiatieven toch gevangen binnen hun traditionele media paradigma (‘ik heb het nieuws en dus de lezers, ik heb de content en dus de bezoekers/gebruikers’). Het doel van het web is niet dat data ‘gevangen’ is op een website, maar dat data/informatie zich via het web kan verspreiden en dat er informatie uitgewisseld kan worden tussen websites/platformen.

“Always remember Google” (een veel gebruikt referentiekader voor initiatieven en ontwikkelingen op het internet). Google verdient juist veel geld met het ‘wegsturen’ van mensen. Google verdient ook geen geld met (het vasthouden van) content. Google verdient geld met het kanaliseren van mensen en informatie. Google is het ‘gratis openbaar vervoer’ van het web, dat met gratis koffie, gratis krantje, je op efficiënte en plezierige wijze van A naar B brengt. Met OpenSocial betrekt Google ook andere partijen binnen ‘zijn’ keten waardoor mensen en data zich nog gemakkelijker kunnen verplaatsen. Deze partijen zijn, om in de metafoor van het Openbaar Vervoer te spreken, de stations waar bezoekers en informatie over kunnen stappen.

Aggregatie is ‘business wise’ een doodlopende weg, de doorgaande weg heet OpenSocial en Dataportabiliteit.

Subscribe to my feed:

Apr 4, 2008
Folkert

Close to Friends, Closer to Enemies

De titel refereert naar een oud Chinees gezegde en diende als inspiratiebron voor een ironisch antwoord op het succes van sociale netwerken; anti-sociale netwerken. Er zijn diverse anti-sociale netwerken actief waaronder; Arsebook, Hatebook en Farcebook.

Arsebook (People you hate) en Hatebook (Things you hate) zijn bijna identieke clonen. Wat de drie antisociale netwerken gemeen hebben is het Facebook look-and-feel en natuurlijk heeft de oprichter van Facebook een hoge ranking op de lijst meest gehate personen.

Het idee is grappig, maar de lol is er snel af. Daar waar Hatebook/Arsebook nog de mogelijkheid bieden om je af te melden, is dit bij Farcebook niet mogelijk. Daar staat tegenover dat je bij Farcebook geen email hoeft te registreren. Tevens wordt op deze anti sociale netwerken niet erg zorgvuldig met de privacy regels omgesprongen.

Overigens hoef je voor het uiten van haatgevoelens niet naar een anti sociaal netwerk. Op Facebook zelf kun je met applicaties als Enemybook (180 dagelijkse gebruikers) en Snubster de ‘virtuele middelvinger’ opsteken naar je vijanden op Facebook. Toch zijn deze applicaties weinig populair en dat is niet zo vreemd. Het in het openbaar zichtbaar uiting geven aan haatgevoelens is, net als in ‘the real world’, iets waar je je snel voor schaamt. En tja, als je iets op internet zet, is het er niet zomaar weer af (ondanks wat deze partijen beweren).

Ben toch liever positief bezig en omring mij het liefst door mensen die positief in het leven staan.

Mar 31, 2008
Folkert

Zoekresultaten belangrijker dan URL

Vandaag op BNR een opmerkelijke bijdrage van Herbert Blankesteijn. Er is een tekort aan beschikbare ‘sticky’ domeinnamen. Fabrikanten in Japan hebben hiervoor een creatieve oplossing bedacht; op de productverpakking worden in een specifiek venster de relevante zoektermen gegeven die de gebruiker via een zoekmachine bij de specifieke pagina’s over het desbetreffende product brengen. Fabrikanten (en hun reclamebureaus) hoeven hun (kostbare) hoofden niet meer te breken over welke ‘leuke en creatieve’ domeinnaam er geclaimed moet gaan worden. Daarentegen doen fabrikanten er verstandig aan structureel te investeren in het optimaliseren van de eigen corporate website (www.bedrijfsnaam.nl) voor zoekmachines. Wat men zich de afgelopen jaren niet altijd heeft gerealiseerd is het feit dat (vaak tijdelijke) actiesites en campagnesites het succes van de eigen corporate website structureel ondermijnen. Het totale inkomende verkeer wordt immers verdeeld over meerdere sites waardoor het werken aan een gunstige positionering binnen de (onafhankelijke) zoekresultaten meer tijd vergt (en bij een tijdelijk karakter van de actiesites wordt de opgebouwde reputatie volledig teniet gedaan).

De schaarste aan domeinnamen heeft echter nog een paar positieve bijwerkingen;

  • Consumenten kunnen uit de positionering de relevantie van het product afleiden; een hoge positionering betekent dat er op de desbetreffende zoekterm veel activiteit plaats vindt (bijvoorbeeld door linkbuilding).
  • Consumenten hebben een grotere kans om in aanraking te komen met authentieke en betrouwbare informatie over desbetreffende product (bijvoorbeeld doordat gebruikers hun ervaringen met dit product gaan delen). Fabrikanten worden hierdoor tot een dialoog gedwongen….dat is goed voor de consument EN voor de fabrikant…..maar het is wellicht even wennen!!

Zoekmachines worden de belangrijkste gateways naar productinformatie, mits zij (lees: vooral Google) de belangen van de consument/gebruiker laat prevaleren en dit tot uitdrukking komt in de zoekresultaten.

Nov 28, 2007
Folkert

Alfresco Facebook App: Controlled Social Networking

“De Website is dood!” (zie eerdere post) uw doelgroep en gebruikers zijn op het internet, maar niet op uw website! Het externaliseren van uw content en webfunctionaliteit middels het beschikbaar stellen van open API’s en widgets is een stap in hun richting. Maar u blijft hier moeite mee hebben – u heeft het idee dat u meer grip hebt op de gebruiker wanneer die op uw corporate website komt en blijft. Het internet is een competitie met alleen uitwedstrijden zonder eigen supporters! Elke keer uit moet u tijdens de wedstrijd opnieuw supporters maken die u toejuichen en aanmoedigen. Uw marketingafdeling is ten einde raad; overal wordt er over uw producten gepraat en geschreven. ‘En er klopt helemaal niets van!’ ‘Kunnen we Google niet bellen en vragen of ze die verwijzingen willen verwijderen?’ Wij maken fantastische producten……. Stop yelling, start weaving!!

Continue reading »

Nov 19, 2007
Folkert

EverythingVision

Googlemaps is nog steeds de meest gebruikte grondstof voor mashups. We willen niet alleen lezen en zien wat zoal wordt ge-upload, we willen ook graag weten waar en waar vandaan.
Waar wat iemand doet: Twittervision
Waar wat iemand aan foto’s upload: Flickrvision
Waar iemand Wikipedia aan het wijzigen is: Wikipediavision
Waar iemand filmpjes gemaakt heeft: Virtual Video Map (Youtube+Google Maps)
Waar je vrienden zijn: FriendMapper (Facebook account vereist).
Waar iemand iets aan het Digg-en is: DiggMap

Ken jij nog meer mashups van bekende Social Media sites? Reageer.

Nov 17, 2007
Folkert

…..en we noemen het de Gouden Eeuw

Met de TV aan, de laptop op mijn schoot en mijn gedachten ergens anders, werd mijn aandacht getrokken door een kort nieuwsitem over een Nederlands scheepswrak uit de Gouden Eeuw dat voor de kust van Zweden ergens op de zeebodem van de Oostzee is gelocaliseerd. Het blijkt dat van de rijkdom die in de Gouden Eeuw door NL werd vergaard, slechts een klein deel afkomstig was van de handel met het Oosten (??). De meeste rijkdom werd verkregen door de handel van NL met Zweden!!!! Ik moest opeens denken aan de presentatie/lezing van Stephan Palmgren tijdens het New Media Event, donderdag 15 november jl. waarin hij al stelde dat Zweden het land van de producers was en NL het land van de ‘Traders’ en dat dit in het verleden beide landen al enorme rijkdommen opleverde.

Zweden heeft afgelopen decennia zeer succesvolle mediabedrijven voortgebracht zoals Icon Media Lab (nam een aantal jaren geleden Lost Boys over), Skype (voor veel te veel geld gekocht door E-Bay) en Kazaa (voor veel te weinig geld gekocht door een Australisch bedrijf). Zweedse bedrijven kennen een zeer hoog investeringsniveau (hoogste van Europa). Dit heeft geleid tot een klimaat van veel innovatie en tegelijkertijd een hoog voorzieningen niveau voor werknemers (bijv. lange zwangerschaps- en ouderschapsverloven). De arbeidsparticipatie van vrouwen is de hoogste van Europa en de meeste gezinnen bestaan uit tweeverdieners. Zet dit af tegen de situatie in Nederland en je ziet grote verschillen.

Middels fiscale maatregelen stimuleert Zweden om het geld zo veel mogelijk binnen het bedrijf te houden. Zodra het geld het bedrijf verlaat wordt fors belasting geheven. In Nederland wordt het regeringsbeleid de afgelopen decennia gekenmerkt door belastingverlaging (zowel de winstbelasting als de vennootschapsbelasting). Hierdoor wordt het juist aantrekkelijk om niet te investeren maar het geld uit de onderneming te halen. Het stimuleren van innovatie vindt in NL via andere maatregelen plaats (subsidie). In een eerdere post heb ik de lange termijn nadelen hiervan al beschreven.

Ik ben geen fiscalist, maar het lijkt mij dat we nog veel van Zweden kunnen leren.

Nov 2, 2007
Folkert

The Next Big in Social Media


Google heeft jaren aan de zijlijn gestaan voor wat betreft Social Media (Facebook, Linked, MySpace, Hyves ed.). Natuurlijk is Google in Zuid Amerika zeer succesvol met Orkut, maar dit platform heeft weinig betekenis in de rest van de wereld. Toch was het een kwestie van tijd wanneer Google de strijd zou gaan aanbinden (met bijvoorbeeld Facebook, door velen beschouwd als de next big thing in social media) en hoe? Gisteren kondigde Google aan om samen met MySpace (het grootste sociale netwerk ter wereld) het OpenSocial initiatief te lanceren.

OpenSocial gaat een grote hoeveelheid open API’s beschikbaar stellen waardoor integratie van diverse social media met elkaar en integratie van social media functionaliteiten binnen webapplicaties mogelijk worden. OpenSocial is een belangrijke bijdrage in de innovatie van het web. Het web wordt steeds minder programmeren en steeds meer configureren.

Oct 22, 2007
Folkert

Column: Get offline!!

In een periode waarin wij bezig zijn al onze content, relaties en ideeen naar het web te brengen, waar bedrijven nog steeds om de drie jaar van Content management systeem veranderen in de valse hoop dat dan wel mensen naar hun website komen en overheden nog steeds worstelen met hoe vorm te geven aan het ‘digitaal burgerschap’ (zoals het kinddossier, het electronisch patientendossier en het DigiD), ontwaren wij een nieuwe trend; applicaties die ook zonder het internet werken!! (Uuhh……dat komt mij bekend voor!!)

Om je geheugen even op te frissen, een ‘echt’ indianenverhaal (dat alles aan cirkelbewegingen onderhevig is).
Eerst hadden we applicaties die alleen op een mainframe werkten en middels terminals hadden we toegang. ‘Domme’ terminals werden ‘slimme’ computers (de desktop). Het ‘gesloten’ mainframe werd het ‘open’ Internet. Alle applicaties werden webapplicaties. Vervolgens werd en wordt elke webapplicatie een ‘service’ (Software as a Service). En dan is de cirkel weer rond; ‘the computer is dumb again’ en het internet is weer het grote mainframe *.

* waar overheden stukje bij beetje het functioneel beheer van over gaan nemen (zie nieuwe richtlijnen privacy wetgeving op Internet). Daar waar binnen organisaties het IT beheer de business dwarsboomt met allerlei hocus pocus taal en vermeende veiligheidskwesties, doet de overheid dat met burgers; privacy wordt verheven tot een zaak van nationale veiligheid. Hoe zorgen we er voor dat je niet kunt vinden wat je wilt vinden? Hoe zorgen we er voor dat je niet kunt doen, wat je wilt doen? Dat is hetzelfde als iedereen op het terras blinddoeken om vervolgens het spelletje ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ te spelen (excuus, ik dwaal af).

En jawel, de desktop komt weer tot leven dankzij de inspanningen van Adobe met de Adobe Integrated Runtime (Apollo is weer op aarde teruggekeerd en heet nu AIR), Google met Google Gears, Microsoft met Silverlight. Al deze desktop runtimes maken het mogelijk om webapplicaties te gebruiken terwijl je niet online bent. Mijn collega’s waren de afgelopen week op de Adobe MAX confrence in Barcelona. Natuurlijk, Barcelona is een heel mooie stad, maar de AIR applicaties die zich dagelijks als een virus over onze desktops verspreidden waren adembenemend. Een instant messenger waarbinnen de messenger applicaties van Google, Yahoo, MSN en anderen zijn geintegreerd. Allerlei Google applicaties, maar dan echt mooi vormggegeven (ja, op mijn desktop moet het er WEL mooi uit zien!!).

Dankzij het internet wordt het offline leven en werken weer leuk!!

Oct 13, 2007
Folkert

Jakob Nielsen een ‘ziener’?


Het standaardwerk van Jakob Nielsen ‘Designing Web Usability’ (in Nederland verschenen in 2000) staat bij menig webdesigner en internet consultant in de boekenkast. Veel webdesigners zijn van mening dat het strikt volgen van de usability richtlijnen van Nielsen tot ‘saaie’ en ‘gruwelijk lelijke’ webpagina’s leiden. Echter het boek blijkt nog meer onheilspellende boodschappen te bevatten; mijn collega Herman wees mij op pagina 173……..

(een afbeelding van het vliegticket reserveringssysteem van American Airlines, gedateerd op 11 september!!)

Pages:«1234567»