Jun 13, 2008
Folkert

Mea Culpa

Ik predik ruim twee jaar het zakelijk gebruik van Google Apps (for your Domain); een compleet intranet voor je organisatie inclusief mail, shared agenda, shared documents (collaboration), chat, adressenboek en een legio aan iGoogle gadgets waarmee je allerlei bedrijfstoepassingen op je eigen Google startpagina toegankelijk kunt maken (bijvoorbeeld een iGoogle gadget voor je document management systeem waarmee je rechtstreeks toegang hebt tot je managed documenten in je centrale repository). En dit alles voor 0,00 euro (inclusief btw).

Continue reading »

Jun 12, 2008
Folkert

Ik leer…..

Recentelijk discussieerde ik met een aantal mensen over de manier waarop het leerproces middels het web verloopt. Ik had na afloop niet het idee dat ik mijn ideeen in heldere bewoordingen heb kunnen overbrengen. Vandaag las ik een post van John Battelle op zijn Searchblog waarin hij reageert op Nick Carr die zich afvraagt of Google ons niet dommer maakt;

Continue reading »

Jun 8, 2008
Folkert

Een Survival Guide voor publishers?

Open Source of Closed Source is niet een kwestie van geloof!! Het is een kwestie van de realiteit onder ogen komen. Ook de grootste softwaregigant van de wereld sluit zijn ogen niet langer voor dit onafwendbare fenomeen en zoekt aansluiting met het Open Source business model. Mediabedrijven, met name uitgeverijen, kunnen leren van de ontwikkelingen die thans in de softwarebranche gaande zijn. Het toekomstig succes wordt bepaald door de mate waarin deze bedrijven in staat zullen zijn om netwerk effecten in hun productie te implementeren!

Continue reading »

May 28, 2008
Folkert

Wat SOA kan leren van Web 2.0

Je hoort het steeds vaker; SOA (Service Oriented Architecture). Veelal binnen grote, complexe organisaties. Dit is op zich niet zo verwonderlijk: grote organisaties hebben door de jaren heen veel geïnvesteerd in hun ICT-huishouding (denk aan organisaties als de Belastingdienst, de Informatiebeheer Groep, maar ook aan gemeentelijke, provinciale en landelijke overheden). Het argument van ‘sunk costs’ èn het bij voortduring aanpassen van hun systemen aan steeds veranderende marktomstandigheden, dwingen deze organisaties tot interoperabiliteit en hergebruik van hun ICT-systemen.

SOA lijkt hierop een antwoord te geven: an architectural style that supports loosely coupled services to enable business flexibility in an interoperable, technology-agnostic manner. SOA consists of a composite set of business-aligned services that support a flexible and dynamically re-configurable end-to-end business processes realisator using interface-based service descriptions (John Reynolds).

De mensen die ik spreek inzake het verloop van SOA projecten, trekken vrij snel een bedenkelijk gezicht – onbekend maakt onbemind? Onderzoek lijkt een dergelijke houding te rechtvaardigen. “It has become clear to me that SOA is not working in most organisations (…) They (software architecten, developers – FR) just can’t sell SOA to the business. They have yet to demonstrate how all this infrastructure yields any business value.” (Anne Thomas Manes)

SOA is een probleem omdat veel van de aanwezige applicaties niet zijn ontworpen en niet zijn ontwikkeld om te ‘praten’ met andere applicaties (interoperabiliteit). De complexiteit, en daarmee het afbreukrisico, heeft te maken met:

  • de migratie van applicaties naar platformen
  • het gebruik van complexe standaarden en protocollen (bijvoorbeeld SOAP)
  • interoperabiliteit en hergebruik
  • een bedrijfsbrede software architectuur die als uitgangspunt overeind dient te blijven,
  • het feit dat de samengestelde applicaties nog steeds de applicaties-in-zichzelf zijn.

Kortom, SOA gaat uit van een top-down benadering (aanwezige, expliciete of impliciete, software architectuur als uitgangspunt), waarbij veel technische hoogstandjes (registries, repositories, SOA Management, XML gateways en ESB) nodig zijn om interoperabiliteit en hergebruik te bewerkstelligen. En dat binnen de organisatorische perceptie van een discutabele accountabiliteit (wat gaat het daadwerkelijk meer opleveren dan alleen minder ontwikkelkosten)!

Zolang we tussen de afgesloten silo’s en containers blijven rondzwalken en slechts met veel moeite deuren open weten te krijgen, blijven we teleurgesteld…. hoe mooi datgene ook is dat uit die containers kan komen!

Web 2.0
SOA heeft een andere window-of-opportunity nodig. Hiervoor dienen we naar de andere kant van het spectrum te kijken; de kant van de consument, namelijk Web 2.0.

Daar waar SOA zich richt op de ‘empowerment’ van de bestaande systemen, richt Web 2.0 zich op de ‘empowerment’ van de (eind)gebruiker. Web 2.0 toepassingen hebben de volgende kenmerken:

  • Applicaties worden ontwikkeld als platformen
  • Simpele standaarden en protocollen voor uitwisseling en integratie (RSS, REST, Syndicatie, widgets en Open API’s)
  • Zonder interoperabiliteit en herbruikbaarheid is er geen applicatie.
  • Ontwikkeling van de applicatie vindt plaats middels het netwerkeffect en virale adaptatie.
  • Focus ligt op een rijke gebruikerservaring (mashups, RIA).

Web 2.0 gaat uit van een bottom-up benadering; de eindgebruiker krijgt de beschikking over allerlei mogelijkheden om het platform (de applicatie) aan eigen voorkeuren en voor eigen doelstellingen en behoeften aan te passen.

SOA buiten de muren
De principes van een servicegerichte oriëntatie zoals SOA zijn niet nieuw. Organisaties als Amazon, Google, Ebay maar ook een Twitter en Facebook, bewijzen het succes van SOA. Amazon met haar ‘cloud services’ op het gebied van dataopslag, rekencapaciteit en intelligentie. Google met haar gigantische bibliotheek aan Open API’s, data en functionaliteit. De widgets en mashups van Twitter worden meer gebruikt dan Twitter zelf. Kortom, veel succesvolle web(business)concepten zijn SOA concepten! De genoemde bedrijven exploiteren een SOA wereldwijd: Global SOA.

Openheid, interoperabiliteit en hergebruik zijn de ‘ziel’ van Web 2.0 applicaties. Deze bezieling zien organisaties ook graag in hun legacy systemen. Traditionele SOA technologieën, zoals SOAP, WSDL en XSD, zijn in veel situaties afdoende…maar voor hoelang? De beweging is richting het web. Eindgebruikers brengen al hun data en relaties naar het web. Organisaties maken in toenemende mate gebruik van SaaS (Software-as-a-Service). De exponentiele groei van Global SOA concepten, zoals ‘cloud services’, vormen op den duur een nieuwe organisationele realiteit.

SOA kan haar ogen niet sluiten voor het tempo en de omvang van deze bewegingen. Dit betekent dat er situaties zijn waarbij de oplossing niet ligt in het nog meer inbrengen van complexiteit om interoperabiliteit te bewerkstelligen, en de bestaande bedrijfsbrede software architectuur niet het meest geschikte kader vormt.

Is Web 2.0 de toekomst van SOA? Kortom, dienen we te spreken van een Web Oriented Architecture (WOA)?
Hiertoe zijn twee perspectieven van belang; een technologisch perspectief en het gebruikersperspectief.

Vanuit een technologisch perspectief zijn de belangrijkste verschillen;
– SOA hanteert relatief kleine en goed omschreven end-to-end koppelvlakken voor een grote diversiteit aan data. WOA hanteert een relatief breed scala aan open-ended koppelvlakken; een URI identified koppelvlak voor elke individuele resource (i.p.v. type resource).
– SOA gebruikt veelal SOAP als messaging laag (boven op HTTP), met als gevolg complexe, ondoorzichtige en case-specifieke problemen voor de ontwikkelaar. WOA gebruikt HTTP en hieraan gerelateerde uitwisselingsmechanismen (bijvoorbeeld REST).
– SOA hanteert een vendor georiënteerde top-down benadering waarin de applicatie centraal staat. WOA hanteert een bottom-up benadering waarbij gebruik gemaakt wordt van simpele procedurele talen en een XML-parser.
– SOA hanteert WS-Security en andere complexe veiligheidstandaarden (die niet in elke situatie nodig zijn). WOA maakt in de meeste gevallen alleen gebruik van HTTPS.
– Traditionele SOA’s hebben een slechte performance binnen de browser en binnen mashups terwijl WOA in principe overal een goede performance geeft (in de browser of bijvoorbeeld binnen een AIR applicatie).

In de meeste discussies over SOA staan de applicaties centraal. Web 2.0 adresseert niet alleen de relatie tussen applicaties onderling en data, maar ook de sociale dimensie; de relaties tussen mensen. Het adresseren van het gebruikersperspectief, analoog aan de wijze waarop dit reeds op het web plaatsvindt, kan de huidige SOA praktijk verrijken. Veel software architecten en ontwikkelaars binnen de IT-afdelingen van grote organisaties keren zich af van de discussies rondom Web 2.0, juist vanwege het dominante sociale aspect. Dit is jammer, en men doet de eigen organisatie tekort en op den duur schade! Het succes van organisaties hangt af van de mate waarin men in staat is mensen binnen en buiten de organisatie met elkaar te verbinden en te binden.

Web 2.0 heeft geleid tot een nieuwe renaissance – de ‘bevrijding van de eindgebruiker’. Veel organisaties hebben hierdoor extra inkomstenbronnen weten aan te boren en er zijn geheel nieuwe bedrijven en bedrijfstakken ontstaan.

SOA kan die impact hebben binnen organisaties. Voorwaarde is dat men naast het technologisch paradigma een sociaal paradigma hanteert. Organisaties vormen een verzameling van mensen, van door mensen ontworpen en ontwikkelde systemen, van door mensen bedachte structuren en een door mensen gedeelde en gedragen cultuur. Wij kunnen besluiten om het anders te doen!!

Apr 15, 2008
Folkert

Social Aggregation versus OpenSocial

In een vorige post gaf ik aan dat 2008 volgens velen het jaar van de Social Aggregators (zoals Friendfeed) is en dat deze ontwikkeling een bedreiging is voor het verdienmodel van veel sociale netwerken (i.v.m. de advertising). Veel sociale netwerken en social media hebben zich in de tussentijd aangesloten bij het OpenSocial initiatief van Google e.a.
Is OpenSocial een beter alternatief/strategie dan aggregatie?

Aggregatie is een soort Droste effect; ook social aggregators zelf kunnen geaggregeerd worden. Een aggregator die dit al mogelijk maakt is het New Yorkse Shyftr. Shyftr maakt het mogelijk om een discussie te starten rondom een post op een blog elders. Dit kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat Blog platformen als Techcrunch, Dutch Cowboys minder bezoekers krijgen omdat de discussie over hun posts niet op hun site plaats vindt (maar, in dit geval, op Shyftr).

In de blogsphere heeft de komst van Shyftr tot heftige discussies geleid (Feed Theft).
Ondanks dat we het over nieuwe media hebben lijken dergelijke initiatieven toch gevangen binnen hun traditionele media paradigma (‘ik heb het nieuws en dus de lezers, ik heb de content en dus de bezoekers/gebruikers’). Het doel van het web is niet dat data ‘gevangen’ is op een website, maar dat data/informatie zich via het web kan verspreiden en dat er informatie uitgewisseld kan worden tussen websites/platformen.

“Always remember Google” (een veel gebruikt referentiekader voor initiatieven en ontwikkelingen op het internet). Google verdient juist veel geld met het ‘wegsturen’ van mensen. Google verdient ook geen geld met (het vasthouden van) content. Google verdient geld met het kanaliseren van mensen en informatie. Google is het ‘gratis openbaar vervoer’ van het web, dat met gratis koffie, gratis krantje, je op efficiënte en plezierige wijze van A naar B brengt. Met OpenSocial betrekt Google ook andere partijen binnen ‘zijn’ keten waardoor mensen en data zich nog gemakkelijker kunnen verplaatsen. Deze partijen zijn, om in de metafoor van het Openbaar Vervoer te spreken, de stations waar bezoekers en informatie over kunnen stappen.

Aggregatie is ‘business wise’ een doodlopende weg, de doorgaande weg heet OpenSocial en Dataportabiliteit.

Subscribe to my feed:

Apr 9, 2008
Folkert

What are we having for lunch? (as long as it’s open)

Nu zo’n beetje elke zichzelf respecterend individu en professional zich op meerdere sociale netwerken heeft geprofileerd, wordt volgens velen 2008 het jaar van de social aggregators.
Een recent onderzoek van Compete (januari 2008) wijst uit dat mensen zich op meerdere sociale netwerken profileren; 42% van Linkedin profileert zich op Facebook en 32% op Myspace. De track & trace van relaties over diverse sociale netwerken en sociale mediaplatformen wordt al snel een taak ‘waar de dag te kort voor is’.

Continue reading »

Apr 5, 2008
Folkert

The Next Web: Startupping

Zo’n 24 start ups hebben zich gepresenteerd op The Next Web conference 2008 in de Westergasfabriek te Amsterdam. En het leek erop dat het ‘Trots Op Nederland’ virus de Westergasfabriek had aangedaan, want vooral de Nederlandse start ups genoten veel applaus (Hoera) en vielen in de prijzen (Wakoopa). Persoonlijk was ik zeer onder de indruk van Zilok (een soort E-bay, maar dan voor rentals). Zilok sinds 2 april jl. ook actief in Nederland. Naar mijn mening voldoet Zilok aan de 3 S-en; Schaalbaarheid, Simpel en Self (waarom heb ik dit zelf niet bedacht?). Een andere start up die mijn aandacht heeft getrokken is Twingly, een uit Scandinavië afkomstige Blog Search. Hun business strategie richt zich eerst op publishers (zoals grote uitgevers van kranten) waarbij Twingly relevante blogposts plaatst bij nieuwsartikelen. Onlangs hebben zij een deal met de Telegraaf gesloten.

Continue reading »

Apr 5, 2008
Folkert

The Next Web: prerelease Wiki’s Truth

The Next Web editie 2008 werd afgesloten met een ‘wereld primeur’; de pre release van de VPRO documentaire ‘Tegenlicht: Wiki’s Waarheid“. De regisseur IJsbrand van Veelen gooide spreekwoordelijk een bom in de zaal door zijn sympathie voor Andrew Keen uit te spreken. Andrew Keen is auteur van ‘The Cult of the Amateur (how Internet is killing our culture and assaulting our economy) en is een grote criticaster van Internet 2.0 en Wikipedia. Zijn standpunt komt er op neer dat de wereld niet geholpen is met User Generated Content. User Generated Content dient in zijn opinie meer de zelfverheerlijking van het individu dan dat het bijdraagt aan waarheidsvinding.

Ik ben het eens met de regisseur dat het goed is dat figuren als Andrew Keen serieuze aandacht krijgen……“hij stelt vragen binnen een domein (Web 2.0) waarin heel weinig vragen gesteld worden”.

Advies: Kijken!!! Maandagavond 7 april om 21:00 uur op Nederland 2.

Meer over Andrew Keen op Wikipedia!

Apr 4, 2008
Folkert

Close to Friends, Closer to Enemies

De titel refereert naar een oud Chinees gezegde en diende als inspiratiebron voor een ironisch antwoord op het succes van sociale netwerken; anti-sociale netwerken. Er zijn diverse anti-sociale netwerken actief waaronder; Arsebook, Hatebook en Farcebook.

Arsebook (People you hate) en Hatebook (Things you hate) zijn bijna identieke clonen. Wat de drie antisociale netwerken gemeen hebben is het Facebook look-and-feel en natuurlijk heeft de oprichter van Facebook een hoge ranking op de lijst meest gehate personen.

Het idee is grappig, maar de lol is er snel af. Daar waar Hatebook/Arsebook nog de mogelijkheid bieden om je af te melden, is dit bij Farcebook niet mogelijk. Daar staat tegenover dat je bij Farcebook geen email hoeft te registreren. Tevens wordt op deze anti sociale netwerken niet erg zorgvuldig met de privacy regels omgesprongen.

Overigens hoef je voor het uiten van haatgevoelens niet naar een anti sociaal netwerk. Op Facebook zelf kun je met applicaties als Enemybook (180 dagelijkse gebruikers) en Snubster de ‘virtuele middelvinger’ opsteken naar je vijanden op Facebook. Toch zijn deze applicaties weinig populair en dat is niet zo vreemd. Het in het openbaar zichtbaar uiting geven aan haatgevoelens is, net als in ‘the real world’, iets waar je je snel voor schaamt. En tja, als je iets op internet zet, is het er niet zomaar weer af (ondanks wat deze partijen beweren).

Ben toch liever positief bezig en omring mij het liefst door mensen die positief in het leven staan.

Mar 31, 2008
Folkert

Zoekresultaten belangrijker dan URL

Vandaag op BNR een opmerkelijke bijdrage van Herbert Blankesteijn. Er is een tekort aan beschikbare ‘sticky’ domeinnamen. Fabrikanten in Japan hebben hiervoor een creatieve oplossing bedacht; op de productverpakking worden in een specifiek venster de relevante zoektermen gegeven die de gebruiker via een zoekmachine bij de specifieke pagina’s over het desbetreffende product brengen. Fabrikanten (en hun reclamebureaus) hoeven hun (kostbare) hoofden niet meer te breken over welke ‘leuke en creatieve’ domeinnaam er geclaimed moet gaan worden. Daarentegen doen fabrikanten er verstandig aan structureel te investeren in het optimaliseren van de eigen corporate website (www.bedrijfsnaam.nl) voor zoekmachines. Wat men zich de afgelopen jaren niet altijd heeft gerealiseerd is het feit dat (vaak tijdelijke) actiesites en campagnesites het succes van de eigen corporate website structureel ondermijnen. Het totale inkomende verkeer wordt immers verdeeld over meerdere sites waardoor het werken aan een gunstige positionering binnen de (onafhankelijke) zoekresultaten meer tijd vergt (en bij een tijdelijk karakter van de actiesites wordt de opgebouwde reputatie volledig teniet gedaan).

De schaarste aan domeinnamen heeft echter nog een paar positieve bijwerkingen;

  • Consumenten kunnen uit de positionering de relevantie van het product afleiden; een hoge positionering betekent dat er op de desbetreffende zoekterm veel activiteit plaats vindt (bijvoorbeeld door linkbuilding).
  • Consumenten hebben een grotere kans om in aanraking te komen met authentieke en betrouwbare informatie over desbetreffende product (bijvoorbeeld doordat gebruikers hun ervaringen met dit product gaan delen). Fabrikanten worden hierdoor tot een dialoog gedwongen….dat is goed voor de consument EN voor de fabrikant…..maar het is wellicht even wennen!!

Zoekmachines worden de belangrijkste gateways naar productinformatie, mits zij (lees: vooral Google) de belangen van de consument/gebruiker laat prevaleren en dit tot uitdrukking komt in de zoekresultaten.